‘Ik ga je helpen met een oude visserstruc’.
John hurkt naast mijn zoon en pakt twee lucifers, hij stopt ze in zijn mond en strijkt ze af. Samen steken ze het hout aan wat mijn zoon heeft gehakt. De eerste keer dat hij een bijl heeft vastgehouden. Het vuur pakt en een paar tellen later staat de koffie erop, gevolgd door spek en eieren. Ik kan niet geloven dat we pas gisteren in Oslo zijn geland.
De natuur rondom Oslo
We zouden naar Zweden gaan. Vliegen op Oslo bleek de handigste route. Ik wilde een auto huren, de grens over en de natuur in. Maar ik wilde Noorwegen niet verlaten zonder één fjord te hebben gezien. Dus plannen we een paar dagen aan de kust voor friluftsliv. Buiten zijn is hier geen uitje waar je vrij voor neemt. Het is hoe je je dagen inricht, hoe je je kinderen opvoedt en de skills die je moet bezitten.
Dit alles vinden we om een half uur rijden van Oslo.
Larkollen: zee tot aan de bergen
Het is half zes als we het vliegveld verlaten. Om acht uur komen we aan bij het statige Støtvig Hotel in Larkollen. Precies op tijd voor een wandeling langs het water en een duik in het verwarmde buitenzwembad.
Vorig jaar maakte wij tijdens een rondreis door Noorwegen voor het eerst kennis met de Noorse fjorden. Grote inhammen vol zeewater, omringt door bergen: het doet iets met ons. In Oostenrijk missen we de zee, in Nederland missen we de bergen, hier in Noorwegen komt het beste van twee werelden samen. En in Larkollen kan je dat perfect beleven. We huren fietsen bij het hotel en fietsen een stuk langs te kust, tot aan de camping van Larkollen. Een prachtige camping, in het bos én aan de kust.


Drobak: de zonnige kant van het Oslofjord
Vanaf Larkollen rijden we naar Drøbak. In de haven eten we garnalen die een paar uur geleden nog in het fjord zwommen. We verbazen in ons in het aquarium over alles wat in het fjord leeft. Haaien, zeesterren, koralen en talloze vissen, ze maken allemaal deel uit van het fjord aan de hoofdstad.
Leuk detail: in Drobak staat het huis van de kerstman. Alle post gericht aan de kerstman komt hier terecht. Uiteraard kopen we hier een kerstbal.



Breivoll Gard: ruimte voor Friluftsliv
Tot veertig jaar geleden stond hier een boerderij. De eigenaren verkochten hun grond aan de gemeente op één voorwaarde: het land en de natuur moesten de gemeenschap ten goede komen. De Noorse Toeristenvereniging (DNT) pachtte een deel voor een accommodatie met restaurant. De rest van het terrein is van iedereen. Je mag er gratis kamperen en er wordt volop gebruik van gemaakt. Schoolgroepen, fietsers, kampeerders.
Dat zo’n afspraak hier geldt, is geen toeval. Noorwegen kent allemannsretten: het recht om je vrij te bewegen in de natuur, ook over grond die niet van jou is.
Een familie die haar land teruggeeft aan de gemeenschap is in dat licht geen heldendaad, maar een logische stap.
Alle bedden in de hut zijn bezet, dus krijgen we vier bedden in een tent aangeboden. Ik verwacht luchtbedden in een klein tentje. Het blijken volledig opgemaakte bedden in een lavvo, een soort tipi.
We wandelen, gaan kort de privésauna in en duiken daarna het fjord in. We zijn nog geen dag van huis en het voelt alsof we een week weg zijn.




Wild Oslo: veerkrachtige lessen op het water
De volgende ochtend vertrekken we voor een kajak avontuur met John, eigenaar van Wild Oslo. Hij vertelt ons hoe hij aan het meer opgroeide. Een smerig meer was het, vol olie en afval.
Tot twintig jaar geleden de gemeente besloot dat het anders moest. Motorboten werden verbannen en het water kreeg de mogelijkheid om te herstellen. En dat deed ze. In twintig jaar werd het water schoon en keerde al het leven terug. Nu leven hier herten, bevers, otters, talloze vissen en vogels en zelfs vossen en wolven. De veerkracht van de natuur wordt hier heel tastbaar.
We varen over het meer en zien de sporen van de bever. John vertelt ondertussen over zijn leven hier. Hoe zijn kinderen met drie jaar voor het eerst in de kajak zaten, hoe ze met drie maanden voor het eerst buiten op de eilanden sliepen en hoe ze in staat zijn zelf een kampvuur te maken nu ze zes en zeven jaar zijn. ‘We moeten voor onszelf kunnen zorgen’.



Wanneer we aanmeren en onze lunch op een kampvuur moeten bereiden, staat mijn vijftienjarige zoon vooraan. Hoe het afloopt weten we ondertussen. De lunch smaakt voortreffelijk.
Onderdeel van de natuur
In de kajak terug valt het kwartje. Wij verhuisden naar Oostenrijk om buiten te leven, en dat lukte. Maar Oostenrijk is een land van comfort. Een gondel naar boven, een gemarkeerd pad, een warme berghut met een terras en een kaart. Wildkamperen is verboden.
De Noren doen het omgekeerd. Zij zoeken juist het ongemak op. Slapen op een eiland met een baby van drie maanden. Koken op een vuur dat je zelf moet aankrijgen. Het pad nemen dat niet is uitgezet. Ik zie mezelf even niet als bezoeker van de natuur, maar als onderdeel ervan en dat is een totaal nieuwe ervaring.
De reis is tot stand gekomen in samenwerking met Visit Norway. De ervaring en het enthousiasme is geheel van onszelf.




